100 dagen onderweg: luisteren, leren en doen
Honderd dagen wethouder. Honderd dagen vol ontmoetingen, dossiers, vragen, ideeën en gesprekken. Een periode waarin ik vooral heb ontdekt hoeveel betrokkenheid er in onze gemeente leeft.
Toen ik begon, wist ik dat er veel uitdagingen op mij af zouden komen. Bij ieder dossier spelen verschillende belangen, verwachtingen en verhalen een rol. Of het nu gaat over woningbouw, verkeersveiligheid, de inrichting van een straat: achter elk besluit zitten inwoners die meedenken, meepraten en soms ook zorgen hebben.
De afgelopen maanden heb ik mij onder meer beziggehouden met projecten als de aanpassing van de Hilsdijk, de ontwikkelingen rond stikstof en toekomstige woningbouwprojecten. Onderwerpen die op papier misschien technisch lijken, maar uiteindelijk allemaal draaien om een prettige leefomgeving voor onze inwoners.
Als nieuwe wethouder neem je ook dossiers over die soms al jaren lopen. Daarbij heb ik gezien dat de inzet en betrokkenheid van iedereen groot zijn geweest. Tegelijkertijd moet ik ook erkennen dat processen en communicatie in sommige gevallen niet altijd zijn verlopen zoals we dat hadden gewild. Dat zijn lessen die we serieus moeten nemen.
Waar ik veel tijd in stop en wat ik ook enorm leuk vind, zijn de gesprekken. Tijdens bewonersbijeenkomsten, werkbezoeken en ontmoetingen met ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners hoor ik steeds weer hoe betrokken mensen zijn bij hun omgeving. Soms zijn die gesprekken kritisch, soms enthousiast, maar vrijwel altijd constructief. Die betrokkenheid is een groot goed en helpt ons om betere besluiten te nemen.
Ik ben van nature iemand die graag vooruit wil, maar zorgvuldigheid gaat bij mij altijd boven snelheid. Ruimtelijke ontwikkelingen kennen procedures, wettelijke kaders en soms ook onverwachte obstakels. Dat vraagt geduld. Van inwoners, van de gemeenteraad en soms ook van mijzelf. Tegelijkertijd zie ik dat juist door goed samen te werken vaak betere plannen ontstaan: plannen die niet alleen vandaag werken, maar ook toekomstbestendig zijn.
Een belangrijk thema in deze eerste honderd dagen is voor mij communicatie en participatie. Inwoners willen niet alleen weten wat er wordt besloten, maar vooral ook waarom. Daarom werken we aan een participatieverordening die niet alleen richting geeft aan de manier waarop we inwoners betrekken, maar ook iets vraagt van raad, college en organisatie. Goede participatie begint immers bij de bereidheid om in gesprek te gaan, belangen zorgvuldig af te wegen en duidelijk te zijn over de invloed die inwoners kunnen uitoefenen. Zo werken we samen aan meer betrokkenheid en wederzijds begrip.
Na honderd dagen overheerst vooral het plezier. Elke dag fiets ik met een glimlach naar het stadhuis. Ik geniet van de samenwerking met alle collega’s, maar bovenal van de betrokkenheid van inwoners die de moeite nemen om mee te denken over de toekomst van onze gemeente.
Op naar de volgende honderd dagen.

